VERTEL MIJ WAT
'Maar men kan geen punt achter een verhaal zetten. Verhalen hebben hun eigen wetten. Men is niet in staat om de loop van de verhalen te veranderen. Een verhaal is uitgestorven of een verhaal zal tot het einde der tijden leven.'
Kader Abdolah, De reis der lege flessen
Vlak voor de Boekenweek 2008 was het een belangrijk item in het acht uur journaal: de docent voor de klas die door goed te vertellen zijn leerlingen voor de literatuur weet te winnen. Maar bestaat hij nog, was de vraag. Er is sprake van een herwaardering voor de docent voor de klas, vooral als het cultuuroverdracht betreft. Een docent die goed kan vertellen legt verbanden tussen tijd en tekst, literatuur en het leven, woorden en hun waarde. Sociale situaties spelen hierbij een belangrijke rol. Niet alleen in de omgeving van leerlingen, ook in die van de auteurs en boeken die ze lezen.

Hoeveel zinvolle manieren van vertellen over literatuur zijn er eigenlijk? Vertellen nieuwe media ook een literair verhaal en is dit verhaal anders per medium? 'Leest' een film anders dan een boek en waarom? Welke mogelijkheden biedt de moderne technologie? Wordt de literatuur ook in de verdere toekomst nog doorverteld? Is er genoeg aandacht voor literair begaafde leerlingen? Beseffen we genoeg dat literatuur een vitaal onderdeel van de maatschappij is? Wat is de invloed van leeftijdsgenoten op leesgedrag van elkaar en maakt het uit of je een jongen of een meisje bent?

Op de Dag van het Literatuuronderwijs 2008 ontmoeten leraren, schrijvers, letterkundigen en bibliothecarissen elkaar om nader in te gaan op deze vragen. Het symposium biedt achtergrond, verdieping, toelichting en concrete toepassingen en lesideeën.

programma onder voorbehoud
AL DIE WOORDEN KRIJGEN VLEUGELS
Opening (plenair) Aanvang: 10:00 uur
Herman Pleij (hoogleraar historische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, auteur) beschrijft in Het gevleugelde woord (deel twee uit de reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur) hoe de Nederlandse literatuur in de vijftiende eeuw volwassen wordt. Aanvankelijk 'werkt' literatuur alleen op straat, in de kroeg of in het klooster, zolang er maar mensen zijn. Maar de rol van dit publiek verandert. De literatuur krijgt vooral een ander karakter door de drukpers die er een product voor de vrije markt van maakt. En dat betekent de geboorte van de literaire tekst als afzonderlijk (kunst)werk, voorzien van een eigen titel, en het begin van het moderne schrijverschap. 'Al die woorden krijgen vleugels,' betoogt Pleij. Hij zal het verhaal van de literatuur die midden in het leven staat in vogelvlucht vertellen. Met medewerking van Kader Abdolah (auteur).
WIE HET HET LAATST VERTELD HEEFT LEEFT NOG - ROMAN EN WERKELIJKHEID
Afsluiting (plenair) Aanvang: 16:15 uur
Adriaan van Dis (auteur) beschouwt de roman als een middel bij uitstek om inzicht te krijgen in de vervlechting en synchroniteit van complexe maatschappelijke én psychologische processen. In zijn roman De wandelaar snijdt Van Dis de sociale thema's van deze tijd - tevens de eeuwige thema's van goed en kwaad - aan in een melancholiek maar ook geestig verhaal over het verlangen naar liefde en geborgenheid. Hoe lezen leerlingen dit boek? Zien zij de allegorie? Schrijver Adriaan van Dis en jonge lezers (leerlingen vmbo, havo, vwo) gaan met elkaar in gesprek onder leiding van Pieter Steinz (recensent, literair redacteur).
EINDE VERHAAL? - NAPRATEN MET HERMAN PLEIJ
Code WO1: alle stromen. Aanvang: 11:00 uur
Napraten met Herman Pleij onder leiding van Pieter Steinz. Het verhaal van de literatuur in grote lijnen verteld is een spannend verhaal. Is literatuur ook in vogelvlucht aan leerlingen te vertellen? Is dit misschien zelfs dé manier om ze het overzicht te leren? Welke mogelijkheden biedt een site als www.literatuurgeschiedenis.nl bij deze aanpak? Welke verteltips heeft Herman Pleij voor leraren?
HET VERHAAL VAN DE MEESTER
Code WO2: alle stromen
Kader Abdolah geldt als een meesterverteller, zowel op papier in zijn romans en verhalen als live vertellend voor een publiek. Dat laatste zal hij 'demonstreren' op de Dag van het Literatuuronderwijs. Wat zijn voor hem de belangrijkste regels om een verhaal goed te vertellen? Na afloop gaat Kader Abdolah in gesprek met de aanwezigen.
MAAK JE EIGEN BOEK
Code WO3: vmbo en basisvorming
'Maak je eigen boek' is de titel van een pak materialen waarbij leerlingen van de onderbouw een compleet eigen boek maken. De leerlingen maken op actieve wijze kennis met de creatieve, technische en ambachtelijke kant van boeken. Aan het eind van de rit hebben ze hun eigen boek in handen. Het concrete van dit project maakt het bij uitstek ook geschikt voor veel vmbo-groepen, bleek op de vorige editie van de Dag van het Literatuuronderwijs.
VEEL TE VERTELLEN - JEUGDBOEKEN
Code WO4: vmbo en basisvorming
Steeds vaker worden jeugdboekenschrijvers op school uitgenodigd. Hoe pak je dat aan als school, hoe bereid je het voor en wat zijn de effecten? Leraren vertellen over hun aanpak, schrijvers over hun bevindingen. Met aandacht voor de Jonge Jury in de nieuwe onderbouw. De Jonge Jury is in tien jaar tijd uitgegroeid tot de belangrijkste leesbevorderingscampagne voor 12 -15-jarigen. De Jonge Jury biedt vele mogelijkheden voor een boeiende invulling van lessen, ook in de nieuwe onderbouw. Met Ed Dumoulin (Theresialyceum, Tilburg) en een talkshow met Ruben Prins (jeugdboekenauteur) en Maren Stoffels (jeugdboekenauteur, winnaar Prijs van de Jonge Jury 2007).
VAN SCHRIJVER TOT LEZER
Code WO5: vmbo en basisvorming
De film SOS - schrijver op school laat zien wat er allemaal gebeurt tussen schrijver en lezer. Het totale productieproces, zowel artistiek als technisch, wordt op speelse wijze in beeld gebracht aan de hand van Hoe overleef ik met/zonder vrienden van de jeugdboekenauteur Francine Oomen. De bezoekers van deze bijeenkomst ontvangen allen een dvd van de film. Met medewerking van Francine Oomen en Edward van de Vendel.
VERHALEN VERTELLEN, VERBEELDEN, VERBOEKEN - OVER VERFILMING EN VERBOEKING
Code WO6: havo, vwo, ckv
Wat kun je beter met woorden zeggen en wat in beelden? Het intrigeert veel leerlingen. Dat je een boek kunt verfilmen is bekend, maar dat je een film kunt verboeken is iets anders. Schrijvers die met het hele spectrum van woord naar beeld te maken hebben, laten dit zien en gaan in gesprek met leraren. Ook komen verschillende manieren van schrijven aan de orde, inclusief een ministoomcursus. Hoe schrijf je bijvoorbeeld een scenario? Met Khalid Boudou (auteur Het schnitzelparadijs, Pizzamaffia), Kees van Beijnum (auteur o.a. De oesters van Nam Kee) en Laurens Abbink Spaink (auteur verboeking Zwartboek).
VERDER VERTELLEN - EXCELLENT LITERAIR TALENT
Code WO7: vwo
Veel wordt er geschreven over ontlezing bij de moderne jeugd, weinig over de leerlingen die grote belangstelling voor literatuur hebben. Heeft het onderwijs hun genoeg te bieden? En buitenschoolse activiteiten, zoals de masterclass literatuur in Middelburg en het aansluitingsproject via de Vrije Universiteit van Amsterdam? Hoe beoordeelt een hoogleraar moderne letterkunde het aanvangsniveau van letterenstudenten? Met medewerking van Dick Schram (bijzondere leerstoel Leesgedrag aan de Vrije Universiteit Amsterdam), Frank van Doeselaar (Nehalennia, Middelburg) en Theo Witte (vakdidacticus, Rijksuniversiteit Groningen).
ALLEMAAL VERTELSELS - WAT LERAREN MET DE BOEKENWEEK KUNNEN DOEN
Code WO8: havo, (vwo, ckv)
Boekenweek 2009 heeft als thema 'het dier in de literatuur'. De gelegenheid bij uitstek om aandacht te besteden aan het belangrijkste dier uit de Nederlandse literatuur, Reinaert de vos. Hoe kun je daar zowel klassikaal als in het studiehuis mee omgaan? En welke dierenverhalen lenen zich nog meer voor het onderwijs? Met o.a. Hubert Slings (was hoofdredacteur literatuurgeschiedenis.nl, tegenwoordig werkzaam bij entoen.nu), die de tekst van Reinaert de vos vertaalde en terugbracht tot een in het onderwijs werkbare omvang.
HOE ZEG JE DAT? - ICT-TOEPASSINGEN BINNEN HET LITERATUURONDERWIJS
Code WO9: havo, vwo, ckv
Kunnen ICT-toepassingen een bijdrage leveren aan het literatuuronderwijs? Welke materialen zijn er beschikbaar en hoe deze zinvol in te passen in de les? Een van de belangrijkste schrijvers uit de moderne literatuur heeft haar eigen virtuele museum: Hella S. Haasse. Welke mogelijkheden biedt dit museum aan het onderwijs? LEES MIJ! is een virtuele hangplek met boeken waar jongeren van elkaar vernemen wat ze van de boeken vinden. LEES MIJ! bestaat uit een website en een serie korte postzegelfilmpjes over boeken en schrijvers. Met medewerking van initiatiefnemers Viewpoint en Stichting Lezen die de didactische mogelijkheden toe zullen lichten. De andere kant van de ICT-medaille is het vaak ongewenste knip- en plakwerk. De leerling maakt zelden tot nooit meer een eigen leesverslag en is te weinig kritisch op het op internet gevonden materiaal. Hoe hiermee om te gaan? Het leesdossier en -verslag afschaffen, of zijn er andere mogelijkheden?
JONG LEEST JONG
Code WO10: havo, vwo
Over de peer-to-peer invloed op leesgedrag: jonge schrijvers spreken jonge lezers aan. Hoe dit te gebruiken in het onderwijs? Jonge schrijvers zijn niet per definitie direct lijstauteurs. Deze literatuur kan wel een opstap zijn naar lijstauteurs. Ook is een recente ontwikkeling waargenomen: er is meer uitval van jongens dan meisjes in voortgezet onderwijs (havo, vwo). Jongens blijken zich minder goed te kunnen handhaven in het 'nieuwe leren', dit is sterk gericht op hoe je je ergens bij voelt, identificatie, verplaatsing. Hoe verhoudt zich dit tot thema's die aangekaart worden door de jonge schrijvers van nu, welke rol kunnen zij hierin spelen? Met medewerking van Oscar Kocken (auteur, nog niet gedebuteerd), Wiegertje Postma (auteur, debutant), Raoul de Jong (auteur), Ernest van der Kwast (auteur), Jos Lanters (Onze Lieve Vrouwelyceum, Breda) en een selectie leerlingen.